Fotolexicon, 20e jaargang, nr. 35 (augustus 2003) (nl)Pim Milo: Johan Vigeveno

To refer to this article use this url: http://journal.depthoffield.eu/vol20/nr35/f11nl/en

Beschouwing

Als Alfred Eisenstaedts uitspraak 'It's more important to click with people than to click the shutter’ op iemand van toepassing is, dan is dat wel op Johan Vigeveno, de beminnelijke, zachtmoedige fotograaf die er zoveel plezier aan beleefde om mensen op hun gemak te stellen. Met de camera die hij op zijn veertiende verjaardag kreeg maakte hij op het eerste fotorolletje, tijdens de kerstdagen van 1957, een zwart-wit opname van zijn tafeldame tijdens het kerstdiner. Deze foto zou hij als een van de mooiste uit zijn oeuvre blijven beschouwen. Zijn laatste foto, The Sleeping Beauty, voor een affiche van Het Nationale Ballet, maakte hij op 11 september 2000. In de jaren daartussen verbeeldde hij met veel voorstellingsvermogen, humor en liefde voor de mens zeer uiteenlopende onderwerpen die zich alle afspelen op het grensvlak van werkelijkheid en fantasie.

Johan Vigeveno's vader was diplomaat, waardoor het gezin Vigeveno vaak verhuisde. "Er zit weinig vastigheid in mijn leven. Alles is heel erg op en neer en heen en weer. Ook met mijn verschillende soorten fotografie. Het begint bij het feit dat je als diplomatenzoon voortdurend verhuist, zodat je nergens kunt hechten. (...) Mijn aanpassingsvermogen is deels karakterologisch en voor een deel het gevolg van die jonge jaren." Voor Johan waren het dikwijls eenzame perioden. Hij zag weinig andere kinderen en trok zich terug in een zelfgefantaseerde wereld.

De middelbare school in Le Rosey, een degelijke kostschool in het plaatsje Rolle aan het meer van Genève, die 's winters verhuisde naar de wintersportplaats Gstaad, werd voor Johan een gezinsvervangende plek. Hij sloot er vriendschappen voor het leven. De contacten en jaarlijkse reünies voerden hem later naar de meest exotische plaatsen over de hele wereld. Hoewel Le Rosey geen school was waar kunstzinnige ontplooiing werd aangemoedigd, hield Johan zich er actief bezig met tekenen, schilderen en toneelspelen.

Johan Vigeveno richtte zijn leven niet in volgens duidelijke keuzes. Na het gymnasium ging hij in Leiden studeren, omdat dat thuis van hem verwacht werd en hij zichzelf niet gemotiveerd genoeg vond voor de kunstacademie. Hij werd hij lid van het Leids Studentencorps Minerva. Ook dat gebeurde, net als de studiekeus, uit een zeker automatisme. Hij was afgegaan op de voorlichting van zijn vader en van een neef en wist niet dat er een keuzemogelijkheid was voor andere studentenverenigingen.

In zijn studietijd in Leiden was Vigeveno actief in diverse besturen en organisaties. Hij zat in het bestuur van de studentenreisvereniging NBBS en hij onderhield als medeorganisator van het studentenfestival contacten met artiesten als Conny Stuart en Paul van Vliet.

Als bijverdienste gaf hij Engelse les aan meisjes die voor secretaresse leerden. Hij ontwierp en fotografeerde het affiche voor het Studentenfilmfestival. Toen het eerste Leids Studenten Kunstfestival een fototentoonstelling met het thema 'kinderen' organiseerde, stuurde Vigeveno een aantal foto's in. Tot zijn verrassing won hij de eerste, tweede en vierde prijs. Een jaar later had het festival 'vrouwen' tot onderwerp. Hij deed weer mee en won de eerste prijs.

De afstudeerscriptie waarmee Vigeveno zijn studie in de rechten afrondde, ging over het auteursrecht op stripfiguren, waarvoor hij Hergé (Kuifje), Goscinny (Asterix & Obelix) en Thijs Chanowski (De Fabeltjeskrant) interviewde. Aan de studie dankte hij zijn eerste baan, en later zou hij zich voor de GKf in een commissie over de auteursrechten buigen, maar verder was de meesterstitel voor hem van geen betekenis.

Een open sollicitatie bij Thijs Chanowski resulteerde beginjaren zeventig in een vaste aanstelling als producer van het project 'toeristische informatie'. Dit behelsde het maken van cassettes met beeld en geluid en filmstrips met dia's over vakantieverblijven als Bali, Acapulco, Benidorm en Kenia. De programma's werden aan reisbureaus verhuurd. Ondersteund door een researchafdeling maakte Vigeveno het draaiboek en huurde tekstschrijvers en fotografen in. Het maakte hem populair in de fotowereld. Fotografen als Ed van der Elsken, Hans Pelgrom en Koen Wessing meldden zich aan, toen zij hoorden dat Vigeveno leuke reizen te vergeven had. De verkoop van de programma's stelde echter teleur, zodat Vigeveno steeds meer zelf ging doen. Hij was bovendien van mening dat hij dat beter kon dan de door hem ingehuurde tekstschrijvers. Dankzij zijn internationale opvoeding en talenkennis schreef hij probleemloos de Engelse en Franse versies. Daarna was het nog slechts een kleine stap om zelf de foto's te gaan maken. Het programma over Engeland fotografeerde hij geheel, dat over Denemarken gedeeltelijk. Eind 1972 ging het project wegens gebrek aan commercieel succes ter ziele en Vigeveno raakte daardoor werkloos.

Hij besloot voor zichzelf te beginnen en 'vestigde zich' als tekstschrijver, producent, grafisch ontwerper en fotograaf van banddiapresentaties, zonder een duidelijke voorkeur voor een van deze disciplines tentoon te spreiden. Daarnaast ging hij actief op zoek naar foto-opdrachten. Hij presenteerde zijn kinderfoto's aan de redactie van Ouders van Nu, die van dertig foto's de publicatierechten kocht. Via Ouders van Nu kwam hij in contact met de redactie van Mensen van Nu. Ook in dit tijdschrift werden zijn foto's gepubliceerd en hij kreeg bovendien een aantal opdrachten. Zijn voor Chanowski gemaakte reisfoto's toonde hij aan Libelle. Dit leverde hem een opdracht voor een aantal reisreportages op. Door deze publicaties werd Vigeveno's werk zichtbaar en groeide het aantal opdrachtgevers. Vanaf 1978 begon hij de kwaliteit van zijn foto's beter te vinden, maar het duurde nog tot 1983 voordat hij zich echt fotograaf durfde te noemen.

In 1974 begon Johan Vigeveno samen met Bernie IJdis een bedrijf voor audiovisuele presentaties: IJdis/Vigeveno. Het initiatief voor de samenwerking kwam van IJdis. Vigeveno kende IJdis van reclamebureau KVH, waar IJdis het Internationaal Wolsecretariaat in zijn klantenpakket had. Het duo zette een tijdschrift op voor het Wolsecretariaat. IJdis verzon acties (sales promotions) voor bedrijven en was verantwoordelijk voor de financiën. Vigeveno maakte banddiaprogramma's waarvoor hij de teksten schreef, ontwierp, fotografeerde en produceerde. Hij nam daarmee het leeuwendeel van het werk voor zijn rekening. Daarnaast maakte hij op zichzelf staande foto-opdrachten. De banddiaprogramma's voor het Internationaal Wolsecretariaat werden wereldwijd vertoond. Als gevolg daarvan kreeg Vigeveno opdracht om een banddiaprogramma voor de collectieve Goudcampagne te maken. Voor deze producten, wol en goud, reisde Vigeveno de hele wereld over. Hij ontmoette bijvoorbeeld goudsmokkelaars in India en de pianist Walter Valentino Liberace (1919-1987), die hij achter diens gouden vleugel fotografeerde.

De enige fotografische opleidingen die Vigeveno heeft genoten, waren twee workshops in de voormalige Canon Galerie in Amsterdam. De eerste daarvan werd in het voorjaar van 1983 gegeven door de Amerikaanse conceptuele fotograaf Duane Michals. Duane Michals verbeeldt in foto's en teksten zijn eigen ervaringswereld als realiteit. Zijn fotografie heeft meer affiniteit met verhalende poëzie en surrealistische schilderkunst dan met documentaire of journalistieke fotografie. Vigeveno herkende zich in het werk van Duane Michals en in zijn humor. Hij vond het een geruststellend gegeven dat Duane Michals ook tekst onder zijn foto's gebruikte. In het kader van de workshop maakte Vigeveno als parodie op Michals' oeuvre een sequentie over een jaloerse man die zijn vriendin van overspel verdenkt. "Aan het gemak waarmee ik dat verhaal in een halve dag maakte, kan je zien dat Michals' stijl me lag. Ik ben niet door hem beïnvloed, wel voel ik herkenning." In 1984 nam Vigeveno deel aan de workshop van de Italiaanse, in Frankrijk woonachtige modefotograaf Frank Horvat. Horvat werkte voor beroemde bladen als Picture Post, Life, Elle, Vogue, Harper's Bazaar, Esquire en Twen.

Vigeveno was actief in verschillende toepassingsgebieden van de fotografie: portret-, reclame-, mode-, illustratieve en conceptuele, geënsceneerde fotografie. Hij wilde zich niet tot een bepaald genre beperken, enerzijds omdat hij alles leuk vond, anderzijds omdat hij graag nieuwe uitdagingen aanging. Voor Marie Claire fotografeerde hij vijfjaar lang portretten. Viva gebruikte hem als modefotograaf. In Elegance verbeeldde hij - naast mode - in een maandelijkse reeks de dromen van bekende Nederlanders. In Man publiceerde hij zowel mode als portretten. Voor Elle deed Vigeveno een lange reeks in kleur, de zogenaamde 'kettingfoto'. Deze ging van de ene geportretteerde naar de andere, bijvoorbeeld Hedy d'Ancona die mocht kiezen met wie zij op de foto wilde. Die fotopartner mocht dan weer kiezen met wie hij/zij op de volgende foto wilde. Het werd een lange serie. Ook voor Avenue maakte Vigeveno portretten. Zo bediende hij vrijwel alle glossy's, zonder dat er sprake was van concurrerende belangen. Daarnaast fotografeerde hij het theater; hij was in de jaren negentig de vaste fotograaf van Het Nationale Ballet. Ook stond hij bij Thed Lenssen Film ingeschreven als regisseur van 'commercials'.

Portretfotografïe is een belangrijk onderdeel van Vigeveno's oeuvre. Vooral de psychologische kant ervan sprak hem aan. Architect Herman Hertzberger sprak bij aanvang van een portretopname pesterig: "Hoe denkt u in twintig minuten mijn ware 'ik' naar boven te kunnen halen?" Dat is inderdaad de uitdaging: om in een zo korte sessie de persoonlijkheid van de geportretteerde aan de oppervlakte te laten komen. Zijn eerste portret maakte hij van de acteur Fons Rademakers. Daarmee was hij in een kwartier klaar. Niet lang daarna zag hij een door collegafotograaf Taco Anema gemaakt portret van Rademakers, dat precies hetzelfde was als het zijne. "Die acteur had gewoon zijn fotohoofd aangetrokken", vertelde Vigeveno. "Toen besefte ik dat het allemaal niet zo eenvoudig was. Met name acteurs geven een enorme strijd. Die zijn zich van ieder spiertje in hun gezicht bewust en weten bovendien heel goed hoe ze zo voordelig mogelijk op de foto komen."

Johan Vigeveno had de gave om mensen met zijn natuurlijke charme snel op hun gemak te stellen en toen hij eenmaal wist hoe hij te werk moest gaan om de maskers te laten afleggen - dikwijls leek het of hij maar wat aanrommelde, hetgeen aanleiding gaf tot hilariteit - gaven zijn 'klanten' vaak meer van zichzelf prijs dan zij zich bewust waren.

Zijn eerste reclamefoto's maakte Johan Vigeveno in 1980, voor de Stichting Geluidshinder, in opdracht van reclamebureau Hammerschmidt House. Hij functioneerde het best, als de opdracht zo open mogelijk was. Hij kreeg geen teksten of schetsen, maar thema's als 'straatrumoer', 'buren in de tuin' of 'lawaai in het huis'. Zo maakte hij op een vroege zaterdagochtend een foto van een voormalig vriendinnetje op een grote trap. Die foto heeft jarenlang als een soort beeldmerk voor de Stichting Geluidshinder gediend en vormde ook de basis voor een commercial. Daar Vigeveno geen regie-ervaring had, althans niet voor bewegend beeld, werd voor die commercial een professionele regisseur aangetrokken. Het model wilde echter alleen meewerken als Vigeveno op de set was, zodat deze haar kon regisseren. Tijdens een vakantie in 1983 in Amerika kreeg hij van diamantairs De Beers de opdracht een advertentiecampagne te fotograferen. Hij keerde spoorslags terug naar Nederland. De kans om met een bijna onbegrensd budget in alle vrijheid met topmodellen uit Engeland te mogen werken, liet hij niet voorbij gaan.

Gregor Frenkel Frank van reclamebureau Grey, zag Johan Vigeveno's foto's in het blad Mensen van Nu en schakelde hem direct in voor een campagne voor de Collectieve Levensverzekering. Hij gaf daarvoor als reden, dat de foto's 'naturel' moesten zijn. De warmte en eerlijkheid die Vigeveno's fotografie uitstraalden, trof men volgens Frenkel Frank niet vaak aan. Reclamefotografie vond hij allemaal teveel geposeerd. Daarna gaf hij Vigeveno de reclamecampagne voor sigarenfabriek Oud Kampen te fotograferen. Samen hebben zij tien jaar voor Oud Kampen gewerkt.

Als enscenerend, conceptueel fotograaf was Johan Vigeveno van een bijzonder kaliber. Zijn grote kracht, en zijn grootste plezier, lag in het bedenken en arrangeren van foto's en in het bedenken en maken van gefotografeerde verhalen. Voor het blad Man maakte hij een aantal beeldverhalen, met zichzelf als hoofdpersoon: een Woody Allen-achtig type, dat een op voorhand verloren strijd aanging met het modebeeld en de fitness cultuur.

De tijdschriften schakelden Johan Vigeveno vooral in voor zijn geënsceneerde fotografie. Daarin was hij goed, maar dit genre begon hem op den duur tegen te staan en hij wilde wat anders. "Het was niet alleen dat ik nieuwe uitdagingen zocht. Tot 1987 deed ik uitsluitend illustratieve fotografie. De onderwerpen die de bladen brengen, worden regelmatig herhaald. 'Vreemd gaan' is een thema dat jaarlijks terugkomt. Ik meen dat ik 'hyperventilatie' wel zeven keer gedaan heb en 'postnatale depressie' een keer of drie. 'Incest' heb ik niet opnieuw willen doen. Omdat ik bij de eerste keer al een ijzersterk beeld had. Daarom wilde ik iets anders doen en liet de redacties weten dat ik modefoto's wilde maken."

Toen de familie Vigeveno in 1956 van Frankrijk naar Denemarken verhuisde, bleef Johan's zuster Sveeva in Parijs, waar zij een appartement deelde met Brigitte Bardot. Zij had er haar zinnen op gezet model te worden en dat zou haar ook lukken. Door Sveeva's verhalen over het modellenvak en over de fotografen Helmut Newton en Irving Penn, voor wie zij poseerde, raakte Johan Vigeveno al jong in de mode fotografie geïnteresseerd. Toch bepaalde deze interesse op dat moment niet zijn keuze. Pas najaren geënsceneerde fotografie, reclamefotografie en zogenaamd reële portretfotografie te hebben gemaakt, maakte hij de overstap naar modefotografie vanuit de behoefte om 'pure' fotografie te bedrijven.

Rupert van Woerkom, in de jaren tachtig hoofdredacteur van Elegance en Man, kende Vigeveno's werk uitsluitend van de 'Sumatra Cum Laude'-campagne van sigarenfabriek Oud Kampen. Vigeveno wilde mode gaan fotograferen en liet hem zijn portfolio zien. Van Woerkom en zijn staf vonden zijn modefoto's te gekunsteld, te episch en vooral te vrolijk. Andere foto's in het portfolio spraken hen wèl aan; vooral de mens achter de fotograaf vonden zij interessant, kwetsbaar, niet gespeeld. Elegance was volgens Van Woerkom niet geschikt voor Vigeveno, omdat hij daarin zijn ideeën niet kwijt zou kunnen. Toen Van Woerkom in 1985 het tijdschrift Man ging uitgeven, schakelde hij Vigeveno in. Vigeveno maakte een modereportage voor Man en hij deed portretfotografie.

Ook creative director Lodewijk van der Peet heeft veel met Johan Vigeveno samengewerkt. Van der Peet werkte in 1980 bij reclamebureau Hammerschmidt House, voor wie Vigeveno toen de campagne voor de Stichting Geluidshinder maakte. De samenwerking dateert echter van daarna, bij reclamebureau Wunderman, toen Vigeveno hem min of meer werd opgedrongen door creative director Nico Dresmé. "Toen ik bij Wunderman kwam had Nico al voor PTT Post met Johan gewerkt. In 1983 mocht ik de vervolgcampagne doen, dus was het logisch dat ik met Johan werkte. We werden vrienden, dikke vrienden zelfs. Ik wilde een foto van een gezin die eruit moest zien alsof hij door een buurtfotograaf, zo'n huwelijks- en pasfotofotograaf, was gemaakt. Als voorstudie zijn Johan en ik naar een echte publieksfotograaf gegaan om onszelf te laten fotograferen en ondertussen de kunst af te kijken. Die fotograaf vroeg waarvoor dat portret bedoeld was. Voor onze moeder in Australië, zeiden we. Sindsdien waren wij broers en zijn dat zeventien jaar lang gebleven."

Van der Peet vond dat Vigeveno te makkelijk dacht dat hij alles kon. Hij vond zijn portretten sterk, maar zijn modefotografie kwam niet goed uit de verf. Vigeveno lette meer op de verhalende kant dan op de esthetische: "VoorJohan was het bij wijze van spreken al 'a heil of ajob' om de dingen scherp te krijgen, laat staan structuur goed te fotograferen." Modefotografie moet kleding, stofuitdrukking en schoonheid tonen.

Vigeveno was geen techneut. Hij compenseerde dat door technisch goede assistenten aan te trekken, die op hun beurt van hem konden leren met modellen om te gaan. De beste samenwerking had hij met Pieter van der Heijden, die later belichter werd, omdat hij het type was van een assistent die bij binnenkomst in de studio direct zag dat een lamp het niet deed en die meteen ging repareren. Voor de ideeën had Vigeveno geen assistentie nodig. Hoewel het soms leek of Vigeveno maar wat aanrommelde, deed hij nooit zomaar wat; hij had alles van A tot Z in zijn hoofd. Hij had een losse aanpak, vond heel veel leuk, ook suggesties van anderen, maar ondertussen deed hij precies wat hij in zijn hoofd had. Ook al was hij niet in ieders ogen een goede fotograaf, als conceptueel fotograaf vonden zijn opdrachtgevers hem boven vele anderen uitstijgen.

Onder de titel Hardop dromen organiseerde de Canon Galerie in Amsterdam in 1991 een tentoonstelling uit het werk van Johan Vigeveno. Aanvankelijk had Vigeveno afwijzend op de uitnodiging tot exposeren gereageerd. Hij vond dat hij geen eigen stijl had en daarom niet in een galerie thuis hoorde. Het ging de galerie er juist om aan te tonen dat ook binnen een gevarieerd oeuvre het stempel van de maker onmiskenbaar aanwezig is. Op de tentoonstelling bleek dat de foto's inderdaad, ondanks de uiteenlopende thema's duidelijk de persoonlijkheid van de fotograaf toonden. "Die veelzijdigheid was geen zwakte, maar mijn kracht", constateerde Vigeveno tot zijn eigen verbazing.

Vigeveno heeft aan diverse instellingen gastlessen gegeven, onder anderen met collega Wout Berger op de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en samen met een styliste aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Aan deze laatstgenoemde instelling gaf hij twee keer per jaar een seminar van een week. Ook gaf hij les aan de MTS voor fotografie en fotonica in Den Haag en in Amsterdam bij De Moor, bij Fotogram en aan de Rietveld Academie en de Rijksacademie. Samen met collega Hans Aarsman en later met Lodewijk van der Peet verzorgde hij het programma De Nationale Fotoquiz voor Het Fotocafé in De Moor (later geheten Amsterdams Centrum voor Fotografie, ACF). Voor dit programma maakten zij vijftien documentaire filmpjes in de studio's van collega's Kees de Graaff en Bertien van Manen. Alle clichés en stereotypen werden erbij gehaald. De rollen werden door Johan Vigeveno gespeeld. Hij betoonde zich een bekwaam acteur; vooral in de rol van Andy Warhol was hij briljant.

Het toenmalige bestuur van de Photographers Association of the Netherlands (PANL) had hem het programma De Nationale Fotoquiz zien presenteren. Zijn optreden had indruk gemaakt en toen Stichting PANL in 1995 een discussieavond over doorgaan of opheffen belegde, werd Vigeveno gevraagd gespreksleider te zijn. Aan het slot van de avond bood hij aan het voorzitterschap op zich te nemen. Met zijn charismatische uitstraling lukte het hem binnen de kortste keren om een geheel nieuw bestuur en secretariaat aan te trekken. Onder zijn voorzitterschap wijzigde PANL van een stichting in een vereniging met een groot aantal actieve leden. In 1998 besloot Vigeveno meer tijd voor zijn gezin vrij te maken. Hij droeg het voorzitterschap van PANL over aan collega-fotograaf Boudewijn Neuteboom. Bij zijn afscheid maakte het bestuur hem erelid.

Johan Vigeveno was een wereldburger. Hij legde gemakkelijk contacten en kwam zo in aanraking met diverse creatieve en commerciële sectoren van beeldproductie. De manier waarop hij heeft gewerkt, zowel vanuit registrerende als vanuit conceptuele opvattingen, zonder daarbij strikte uitgangspunten te hanteren, heeft geleid tot een interessant en eigenzinnig oeuvre binnen de Nederlandse portret-, reclame- en modefotografie.